
“Ik begin met het vormen van een beeld uit bijvoorbeeld kunststof of klei, geleid door gedachten, associaties en emoties. Wat zie ik in de vorm, wat voor een gevoel geeft het mij, wat zeg ik hiermee? En wil ik dat dan ook maken?
Het ontstane beeld geef ik een ‘huid’ van een ander materiaal. In tegenstelling tot de spontaniteit bij het begin van het werkproces, ga ik hier heel gestructureerd te werk. Wekenlang knip, plak of prik ik met zelf opgelegde regels als: ‘alle vormen in een zelfde ritme’ of ‘alle lijnen laten doorlopen’. Om zo beelden te krijgen die tegengestelde emoties oproepen, met een vervreemdend, sensueel, stoer en kwetsbaar karakter.”