
De handelende zijn de eigenlijke objecten van vrees en medeleven, van
ontzetting en verontwaardiging, de wortel van de tragedie en het lot.
Vanuit afbraak zocht Van Osch een nieuwe ingang voor het werk. Hierdoor
ontstonden symbiotische beelden, vanuit het onderscheid gemaakt. Door
deze beelden een gemeenschappelijk terrein te geven vond ze, in de installaties
die ontstonden, een benadrukken van hun autonomie. Daarnaast zocht ze
in de beelden zelf, juist een doorbreken van de autonomie, door middel
van oogcontact, zodat 'het lot' door zien, een medeplichtige aanwijst.
Nu is ze op zoek naar de metabolie.