
Het schilderen is voor mij de verbeelding van dat wat diep in mijn ziel is
opgeborgen en waar ik de ware aard zelf ook niet van ken. Het is mijn zoektocht
naar de kern van de constructie van ons bestaan. Voor mij als schilder is
het de verf die een verlangen oproept wat ik wil stillen en behouden tegelijkertijd,
dat ik wil doorgronden en tevens als mysterie wil bewaren. Waarvan ik soms
denk dat het samenvalt met het leven en soms dat het samenvalt met de verf
en niets meer is dan dat, dat het zonder verf niet bestaat. Die ogenschijnlijk
paradoxale verlangens probeer ik al schilderend tot een harmonieus evenwicht
te brengen. Een open atmosferisch deel, zacht en kwetsbaar, als ijle lucht
geschilderd met een ingehouden kleurgebruik waarin het handschrift nauwelijks
zichtbaar is. Deze vermoede ruimte verwijst naar het verre, het onbereikbare,
het cerebrale. Dit deel vindt zijn bijna gewelddadige tegenhanger in pasteus
aangebrachte verflagen, gestructureerd of in ogenschijnlijk losse vormen voor
de ruimte zwevend. Deze intuitieve bouwsels van kleurvlakken en verfstreken
appeleren aan de behoefte een plek te creeren, ergens te zijn. Vol van kleur
en materialiteit ondersteunen of benaderen ze het grote onbekende. In dit
vet geschilderde deel voel je het aardse, dat wat dichtbij is alsof je met
je neus op de grond ligt. Maar vooral ook de dwingende presentie van puur
verf tegenover de illusie van licht en ruimte.